> Het Geheugen

Het geheugen is de cognitieve functie die we het vaakst gebruiken. We hebben het nodig om de meest uiteenlopende vormen van informatie op te slaan of op te roepen, zoals een telefoonnummer, de dingen die we in het voorbije weekend hebben gedaan, een afspraak, de plaats waar we onze sleutels hebben gelegd, de naam van een of ander gebruiksvoorwerp of van iemand die we kort geleden hebben leren kennen, een datum uit de vaderlandse geschiedenis...

Het speelt bovendien een essentiële rol in andere cognitieve activiteiten, zoals lezen, redeneren, hoofdrekenen, mentale voorstellingen maken... Het is dus altijd aan het werk, bewust of onbewust, en levert ons een voorraad culturele kennis op, persoonlijke herinneringen, bewegingstechnieken enzovoort.

Het geheugen is ons verleden of beter, de kennis van ons verleden. In die zin ligt het aan de basis van onze identiteit.

  • Geheugenvormen
  • Geheugenverlies
  • Beter onthouden

Verschillende geheugenvormen:

We hebben meer dan een geheugen, ook al zijn we geneigd om het als een enkel geheel te beschouwen, bijvoorbeeld wanneer we het over "EEN goed/slecht geheugen" hebben of uitdrukkingen gebruiken als "HET geheugen wil niet meer meewerken!"

In werkelijkheid is weten wat we vanochtend hebben gegeten iets heel anders dan weten dat de hoofdstad van Frankrijk Parijs is. Uit onderzoek blijkt trouwens dat we voor het onthouden of herinneren van verschillende soorten kennis verschillende delen van de hersenen gebruiken.

Er bestaan verscheidene soorten geheugens, afhankelijk van de duur van de herinnering:

  • Het zintuiglijke geheugen:
    Dit is het meest vluchtige geheugen. Het houdt nieuwe informatie slechts gedurende enkele milliseconden vast.
  • Het kortetermijngeheugen of werkgeheugen:
    Het neemt de fakkel over door de informatie ongeveer een minuut lang te onthouden. Het heeft bovendien een beperkte capaciteit en kan slechts ongeveer zeven elementen bewaren. Het kortermijngeheugen gebruiken we bijvoorbeeld om een telefoonnummer dat we mondeling hebben gekregen net lang genoeg te onthouden om het in te toetsen of op te schrijven. Het speelt ook mee wanneer we lezen, door elke zin lang genoeg te onthouden om het verband te leggen met de volgende.
  • Het langetermijngeheugen:
    Het treedt op wanneer we informatie langer willen onthouden. De hoeveelheid informatie en de duur van het onthouden zijn in principe onbeperkt.

Er bestaan verschillende soorten langetermijngeheugens, afhankelijk van de aard van de herinnering:

  • Het episodische geheugen:
    Het onthoudt wat we gisteren hebben gedaan, dat we een afspraak bij de tandarts hebben, dat er vrienden op bezoek komen... Met andere woorden persoonlijke, autobiografische informatie waarvoor de context van het onthouden een grote rol speelt.
  • Het taalgeheugen:
    Het verzamelt de kennis van de spraakkunstregels, de betekenis van woorden, culturele feiten, de namen van hoofdsteden, voorwerpen enzovoort, dus algemene kennis die niet aan een bepaalde context gebonden is. We bezitten deze kennis zonder ons te herinneren wanneer we deze precies hebben geleerd.
  • Het proceduregeheugen:
    Het onthoudt kennis die moeilijk in woorden uit te drukken is. Dit is een geheel van vaardigheden, bijvoorbeeld pianospelen, fietsen of autorijden... Al die handelingen worden automatisch uitgevoerd maar veronderstellen toch geheugenkennis, zoals de manier waarop we de handen op de pianotoetsen moeten plaatsen om een akkoord te spelen, de bewegingen die we maken om naar links af te slaan...

Geheugenverlies:

Gezien het belang van het geheugen in ons dagelijkse leven, is het begrijpelijk dat we geheugenstoornissen als een handicap ervaren en dat de angst voor een falend geheugen een bron van stress is.

Klachten over de werking van het geheugen zijn heel gewoon bij 50-plussers, die vaak vrezen dat de problemen symptomen van een ziekte zijn.

Dat is echter zelden het geval. Het is normaal dat het geheugen met het ouder worden minder goed presteert.

Veroudering is echter niet de enige factor in de achteruitgang van het geheugen. Een minder goed geheugen houdt ook verband met factoren zoals omstandigheden en gebeurtenissen, vermoeidheid, stress, motivatie, gevoeligheid voor emoties...

Hoe kunnen we beter onthouden?

Als algemene regel kunnen we ons geheugen verbeteren door aandacht op te brengen voor wat we doen, bijvoorbeeld wanneer we lezen maar ook wanneer we onze bril op het nachtkastje leggen.

Routinetaken, zoals het gieten van de planten of het innemen van medicijnen, zullen we beter onthouden als we ze altijd op hetzelfde uur doen en ze met een bepaalde gebeurtenis associëren, bijvoorbeeld een wekelijks televisieprogramma of een van de maaltijden van de dag.

Bovendien is het emotionele karakter van belang: we kunnen iets niet onthouden als het ons onverschillig laat of geen betekenis heeft. Hoe groter de emotionele lading, hoe gemakkelijker we iets onthouden.

Om iets beter te onthouden, kunnen we:

  • de informatie zoeken die essentieel is voor het begrip,
  • nadenken en ons vragen stellen over de inhoud, de betekenis van de informatie,
  • de informatie in categorieën organiseren,
  • verbanden leggen,
  • de geleerde informatie regelmatig gebruiken