> Ruimtelijk inzicht

Als men u over deze vier voorwerpen zou vragen welke kubus het dichtst bij de piramide ligt, zou u zonder moeite kunnen antwoorden. Toch veronderstelt dat antwoord meer complexe cognitieve processen dan het lijkt.

Om te beginnen moet u de vorm van elk van de vier objecten herkennen, om de kubussen van de andere vormen te onderscheiden. Nadat u geanalyseerd hebt dat er twee kubussen zijn, moet u beslissen welke van de twee het dichtst bij de piramide ligt, door de afstand die hen van de piramide scheidt in te schatten. Het feit dat u rekening moet houden met het perspectief, maakt die beslissing moeilijker.

In de wereld waarin wij leven, is ons gezicht het meest gebruikte zintuig. Elke dag komen we in situaties waarin we visuele vormen en kleuren moeten herkennen, de onderlinge positie van objecten moeten analyseren of de afstand tussen twee objecten moeten schatten.

Om in onze omgeving actief te zijn, moeten we alle visuele informatie goed kunnen analyseren.

Ons visuele systeem zorgt voor die spontane analyses. Om precies te zijn, behandelen twee verschillende delen van het brein enerzijds de vorm van de objecten en anderzijds hun ruimtelijke kenmerken (hun grootte, positie en oriëntatie).

Het zien is dus een buitengewoon complexe cognitieve functie, omdat we een heleboel informatie moeten verwerken om een coherente visuele scène te kunnen analyseren.

Het stelt ons ook in staat om de objecten in onze omgeving te herkennen, samen met hun positie tegenover andere objecten en tegenover ons eigen lichaam. Dankzij het gezicht kunnen we dus interactie hebben met onze omgeving (voorwerpen vastpakken, ons aan de hand van objecten oriënteren, enzovoort).

De objecten van onze omgeving zijn dan ook bakens die onze oriëntatie in de ruimte vergemakkelijken. Maar een correcte oriëntatie veronderstelt ook interne informatie uit ons eigen lichaam, zoals de positie van onze arm of onze hand.

Telkens als we een traject afleggen, maakt ons brein mentale kaarten. We combineren ze een aantal herkenningspunten, zodat we een traject dat we kennen later probleemloos kunnen volgen.

Stel u nu voor dat men u vraagt om de kubus aan te duiden die zich het dichtst bij de piramide bevindt, wanneer de achterste kubus 10 centimeter dichter bij de piramide wordt geplaatst.

Om het antwoord te vinden, moet u de achterste kubus mentaal met een geschatte afstand van tien centimeter verplaatsen en daarna beslissen welk object het dichtst bij de piramide is. Dit type van vraag doet dus een beroep op het vermogen tot mentale beeldvorming.

Mentale beeldvorming is een cognitieve activiteit die ons in staat stelt om dingen waar te nemen terwijl ze er niet zijn. Dit is geen zuiver visuele activiteit, want we kunnen in onze geest niet alleen beelden vormen maar ook geluiden, geuren en sensaties.

In het visuele domein is mentale beeldvorming het "zien" van een beeld in ons hoofd, bijvoorbeeld iemands gezicht, terwijl die persoon niet fysiek aanwezig is.

Dankzij dit vermogen kunnen in onze geest bestaande of denkbeeldige vormen (gezichten, lichamen, cijfers, woorden, objecten, dieren, monsters abstracte figuren) ontstaan. Ze kunnen bekend of onbekend zijn, vast zijn of bewegen, in kleur zijn of in zwart-wit.

Voor we een complexe handeling verrichten, kunnen we de opeenvolging van acties simuleren, om te controleren of we geen gegevens hebben vergeten of onderschat.

Een typisch voorbeeld is dat van de schaker, die de waarde van mogelijke zetten simuleert door zijn eigen stukken en die van de tegenstander mentaal te verplaatsen, aangezien hij ze niet fysiek mag aanraken.

We gebruiken ons vermogen tot mentale beeldvorming elke dag in allerlei activiteiten, zoals denken, dromen, redeneren, problemen oplossen, vooruitlopen op gebeurtenissen, objecten in ongewone oriëntaties herkennen, een reisroute uitstippelen, een verbale beschrijving begrijpen...

Die mentale beeldvorming wordt mogelijk gemaakt door de ervaringen die we elke dag opdoen. De elementen van onze ervaringen (bijvoorbeeld gezichten van mensen, objecten, geluiden, vormen, sensaties, geuren...) worden in ons geheugen opgeslagen en later, wanneer we ze oproepen, in een tijdelijk geheugen weer geactiveerd.
Onze mentale beelden zijn persoonlijk, want ze komen voort uit onze eigen ervaring..

Als we dus twee mensen vragen om zich een hond voor te stellen, zullen de twee voorstellingen waarschijnlijk verschillen.

De mentale beeldvorming geeft ons de kans om creatief te zijn, door ons in staat te stellen om beelden te scheppen van zaken die in de werkelijkheid niet bestaan.

Die creatie van nieuwe beelden wordt mogelijk gemaakt door een nieuwe combinatie van vertrouwde elementen maar ook door de productie van nieuwe elementen, waaruit we vormen samenstellen die nooit hebben bestaan.

Dankzij de mentale beeldvorming kunnen we beelden veranderen door ze in onze geest te laten draaien.
Wanneer we bijvoorbeeld een kamer inrichten, kunnen we ons het resultaat voorstellen door de meubels in verschillende richtingen te verplaatsen, om de "beste" opstelling te kiezen. Dankzij die mentale transformatie hoeven we de echte meubels niet te herschikken als het resultaat ons niet bevalt.