> De taal

De taal is het menselijke kenmerk bij uitstek. Elke dag gebruiken wij de verschillende facetten van de taal: schriftelijk (lezen en schrijven) of mondeling (begrip en expressie).

Er bestaat veel literatuur over deze verschillende domeinen. We zullen ons vooral beperken tot de beschrijving van de processen die bij het lezen komen kijken.

Het lezen

Lezen is een complexe mentale activiteit die verschillende soorten min of meer automatische analyses van de woorden impliceert:

  • De visuele analyse vertelt ons dat een bepaalde vorm die we lezen overeenkomt met een bepaalde letter of woord.
  • De spellingsanalyse helpt ons om eventuele fouten op te sporen.
  • De syntactische analyse bepaalt of een gegeven zin een correcte grammaticale structuur heeft.
  • De fonologische analyse stelt ons in staat om de klank van een woord te herkennen, want zelfs wanneer we stil lezen, weten we hoe een woord wordt uitgesproken.
  • Desemantische analyse herkent de betekenis van de woorden en leidt tot een algemeen begrip van de zin.

Fenomeen tijdens het lezen:

Het lezen van een woord wordt vergemakkelijkt door de frequentie waarmee het in een gegeven taal voorkomt. Hoe frequenter het woord, hoe sneller we het herkennen. Dit zou kunnen betekenen dat het gemak waarmee we een woord in ons geheugen vinden rechtstreeks verband houdt met zijn frequentie in de taal.

Op dezelfde manier vergemakkelijkt de coherentie van een woord met de contextvan de zin het lezen. Wanneer we het begin van een zin lezen, verwachten we daarna een woord dat in de betekenis van de zin zal passen. Als we eerst lezen "hij ziet zo rood als een..." verwachten we dat het volgende woord tomaat zal zijn en niet brandweerwagen of een ander woord.

Het gemak waarmee we een woord lezen, hangt ook van fysieke criteria af. We zijn eraan gewend woorden met een bepaalde fysieke vorm te lezen. Als die vorm afwijkt, lezen we trager. Wanneer we bijvoorbeeld een woord zien dat met afwisselende hoofd- en kleine letters geschreven is, bijvoorbeeld EeKhOOrn, hebben we meer moeite om het woord te herkennen.

Het begrip van een tekst:

Het klassieke lezen van een tekst verloopt in opeenvolgende stappen, zin per zin, paragraaf per paragraaf.
Om de samenhang van een tekst te vatten, bewaart ons tijdelijke geheugen beetje bij beetje de informatie die we lezen. Daardoor kunnen we naar de volgende stap gaan, dus de volgende alinea.
Maar ons geheugen kan de zinnen van een tekst niet woord voor woord onthouden. Alleen de informatie die het meest relevant is voor het begrip en de betekenis van de tekst (de sleutelwoorden en belangrijkste ideeƫn) wordt op langere termijn onthouden en kan achteraf gebruikt worden om de gelezen tekst samen te vatten.

Onbelangrijke, overbodige of tegenstrijdige informatie wordt uit ons geheugen verwijderd, om het niet te overbelasten terwijl we de algemene betekenis van de tekst afleiden. Met andere woorden, wanneer we een tekst lezen, analyseren we de woorden en herkennen we de sleutelwoorden die ons zullen helpen om de belangrijkste ideeƫn te onthouden. De woorden worden automatisch georganiseerd om een zo coherent mogelijk geheel te vormen. Op die manier vinden we een algemene betekenis die we aan een centraal thema koppelen.

Ook de kennis van de lezer draagt bij tot het begrip van de tekst. Als een jong kind bijvoorbeeld leest "Het jongetje dat in het bos wandelde werd opgegeten door een olifant" en nog niet weet dat olifanten geen vleeseters zijn, zal het die zin niet absurd vinden.

Wanneer een tekst niet coherent is, zullen we bovendien onze algemene kennis gebruiken om deducties te maken. Als we bijvoorbeeld twee zinnen lezen die schijnbaar geen verband met elkaar houden, zoals "Er was ingebroken. Paul had geen geld meer" , leiden we daar onmiddellijk uit af: "De inbrekers hebben Pauls geld gestolen". Door te deduceren, vinden we de coherentie in de tekst.

Het schrijven

Laten we het voorbeeld nemen van het schrijven van een brief: we gebruiken de regels van de spraakkunst maar letten ook op de spelling en zoeken synoniemen om herhalingen te voorkomen.

Het orale begrip en de orale expressie

Tijdens een discussie of wanneer we iets proberen uit te leggen, vormen we zinnen door uit ons vocabulaire de woorden te kiezen die het beste passen bij de gesprekspartners en de omstandigheden. Daarna organiseren we de woorden onderling, aan de hand van de spraakkunstregels van de taal die we gebruiken.
Anders gezegd, tijdens het lezen van een tekst analyseren we de woorden en vinden we sleutelwoorden die helpen om de belangrijkste ideeƫn te onthouden. De woorden worden automatisch in een zo coherent mogelijk geheel georganiseerd. Daarna leiden we er een algemene betekenis uit af en koppelen we die aan een centraal thema.